Ik ben gewoon een “control freak” als het om eten gaat

Ik ben gewoon een “control freak” als het om eten gaat

Misschien herken je die gedachte wel. Dat je jezelf vertelt dat je nu eenmaal iemand bent die graag controle houdt. Zeker als het om eten gaat. Dat je behoefte hebt aan structuur, overzicht, eetregels en weten waar je aan toe bent. Vaak klinkt dat bijna als een gegeven waar je het mee moet doet. Maar onder die drang naar controle zit meestal iets anders. Want controle rondom eten gaat zelden over het eten.

Autonomie of controle?

Als mens hebben we allemaal behoefte aan autonomie. Aan het gevoel dat we invloed hebben op ons eigen leven. Dat we zelf keuzes kunnen maken, richting kunnen bepalen en niet volledig afhankelijk zijn van omstandigheden of verwachtingen van anderen. Die behoefte is heel menselijk. Gezond ook. Want zonder een gevoel van autonomie raken we onszelf vaak kwijt.

Toch gebeurt er vaak iets opvallends met die behoefte aan autonomie. Want waar autonomie draait om een verlangen naar vrijheid, invloed en eigenheid, vertaalt het zich soms in een drang naar controle.

Controle voelt namelijk heel veilig. Het geeft een gevoel van houvast. Het idee dat als we maar genoeg ons best doen, voldoende discipline hebben of alles “goed” aanpakken, we de uitkomst kunnen bepalen. Het voelt prettig om te denken dat het leven maakbaar is.

Maar die drang naar controle beperkt zich zelden alleen tot ons gedrag. Meestal willen we vooral controle over de uitkomst. Over hoe ons lichaam eruitziet bijvoorbeeld. Over ons gewicht. Of over hoe anderen ons zien. Over succes, gezondheid, emoties of zelfvertrouwen. We willen grip houden op dingen die in werkelijkheid maar gedeeltelijk of zelfs nauwelijks beïnvloedbaar zijn.

Controle of regie?

Controle is kwetsbaar. Want hoe harder je probeert vast te houden aan controle, hoe groter de angst wordt om deze ook weer kwijt te raken. Controle is ook rigide. Je hebt het of je hebt het niet. Het gaat goed of slecht. Een guldenmiddenweg is er bij controle niet. Daarin verschilt controle dan ook wezenlijk van regie.

Controle komt vaak voort uit angst. Het voelt dwingend en zwart-wit. Alsof alles misgaat wanneer je de teugels even laat vieren. Regie voelt veel zachter, maar is eigenlijk veel steviger. Regie gaat over bewust keuzes maken die aansluiten bij wat je nodig hebt. Over kunnen handelen naar je behoeftes. Over kunnen bijsturen zonder jezelf direct af te wijzen wanneer iets anders loopt dan gepland. 

Toch worden controle en regie nogal eens met elkaar verward. Zeker als het gaat over gezondheid en eten. Onze maatschappij koppelt gezond gedrag namelijk vaak aan controle. We bewonderen discipline. Doorzettingsvermogen. Streng kunnen zijn voor jezelf. Mensen krijgen complimenten omdat ze “zo goed bezig” zijn, omdat ze nee zeggen tegen taart, geen koolhydraten meer eten of zich strak aan hun sportregime houden. Daarmee krijgen we het idee dat gezondheid vooral draait om beheersing.

Controle draait om angst

Maar onder die controle zit vaak angst. Angst om aan te komen. Angst om de grip kwijt te raken. Angst om niet goed genoeg te zijn. Eten is dan geen vorm van zelfzorg meer, maar een manier om veiligheid te creëren. Een systeem waarmee je probeert onzekerheid te dempen.

Dat zie ik vaak ook terug bij mensen die moeite hebben met intuïtief eten. Want intuïtief eten wordt regelmatig verkeerd begrepen. Alsof het betekent dat “alle remmen losgaan”, dat alle structuur verdwijnt of dat je “gewoon eet waar je zin in hebt”. Maar in werkelijkheid vraagt intuïtief eten juist om iets wat voor veel mensen veel spannender is: vertrouwen.

Vertrouwen is soms best lastig

Vertrouwen op lichamelijke signalen. Vertrouwen dat honger en verzadiging richting mogen geven in de keuzes die je maakt. Vertrouwen dat één maaltijd niet alles bepalend is. Vertrouwen dat je lichaam geen project is dat voortdurend gecontroleerd, gemanipuleerd of verbeterd hoeft te worden.

En dat is lastig in een wereld die ons continu vertelt dat we strenger, fitter, dunner of gezonder moeten zijn.

Toch ontstaat juist daar de ruimte. Want wanneer eten niet langer draait om controle, ontstaat er weer contact met wat je eigenlijk nodig hebt. Soms is dat een voedzame maaltijd. Soms gezelligheid. Soms comfort. Soms rust. Soms gewoon even “niets”.

Een gezonde relatie met eten

Een gezonde relatie met eten betekent dan ook niet dat je altijd “perfect” of “gezond” eet. En ook niet dat je nooit emotioneel eet of altijd precies doet waar je behoefte aan hebt. Het betekent vooral dat eten niet voortdurend een strijd hoeft te zijn. Dat je flexibiliteit kunt toelaten zonder paniek. Dat een keuze die je maakt over eten of je zelfzorg, niet gepaard gaat met een moreel oordeel. 

Echte autonomie gaat over jezelf voldoende vertrouwen om de keuzes te kunnen en mogen maken die echt bij jou passen. En ook als je het idee hebt dat je een “control freak” bent, kun je dat gelukkig leren. 

.

Dit artikel is geschreven door drs. Diana van Dijken. Sinds 2015 werkzaam als Voedingspsycholoog, expert in de psychologie van eetgedrag en het ontwikkelen van een gezonde relatie met eten en jezelf, eigenaar van het Centrum voor Intuïtief Eten en medeoprichter van Gewichtsneutraal Netwerk Nederland

Vind je mijn blogs leerzaam of inspirerend? En wil je mij ondersteunen in het kunnen blijven schrijven van blogs, het maken van podcasts en het ontwikkelen van gratis tools, cursussen, challenges en masterclasses? Dan help je mij enorm met een kleine maandelijkse bijdrage. Dat kan al vanaf €1 per maand. Als dank ontvang je toegang tot exclusieve content. Alvast onwijs bedankt!

Geverifieerd door MonsterInsights